Lang geleden was het Denkbos gewoon een bos. Een oud bos, met kronkelpaden, open plekken, een vijver en bomen die al zo lang stonden dat niemand meer wist wanneer ze begonnen waren met groeien.
Maar er was iets bijzonders aan die plek.
Wie het bos in liep met een vraag, kwam vaak terug met een nieuwe gedachte. Niet altijd met het antwoord — soms juist met nóg een vraag. Dieren gingen erheen als ze ergens over piekerden, iets niet begrepen, bang waren of een raadsel wilden oplossen.
Het begon bij één boom
Volgens het oudste verhaal stond midden in het bos een enorme boom. Dieren legden briefjes tussen zijn wortels met vragen die hen bezighielden.
“Waarom ben ik bang in het donker?”
“Waar blijft gisteren als vandaag begint?”
“Kun je iets vergeten dat je nooit meer wilt vergeten?”
De volgende dag vonden ze soms een antwoord. Soms een aanwijzing. En soms gebeurde er helemaal niets — behalve dat degene die de vraag had gesteld ineens zelf wist waar hij verder moest zoeken.
De dieren begonnen te zeggen:
“Ga maar naar het bos. Daar kun je goed denken.”
Later werd dat:
“Ga naar het denk-bos.”
En uiteindelijk was er niemand meer die het anders noemde dan het Denkbos.
Van oude boom naar Antwoordenboom
Die oude boom kennen we nu als de Antwoordenboom. Toen er steeds meer vragen kwamen, verscheen ook de Denkbus, zodat geen vraag verloren hoefde te gaan.
Bo kwam dus niet in een bos terecht dat speciaal voor hem was gemaakt. Het Denkbos bestond al veel langer. Bo werd degene die van die oude gewoonte zijn werk maakte.
Vraag maar raak, Bo onderzoekt de zaak!